De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiseres tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn vanwege permanente bewoning van recreatiewoningen door arbeidsmigranten in strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het gebruiksovergangsrecht niet van toepassing was op alle recreatiewoningen, omdat tien woningen na de peildatum van 19 maart 2003 zijn gebouwd en onvoldoende bewijs was geleverd dat de overige woningen reeds toen permanent werden bewoond. Het college was bevoegd tot handhaving en het opleggen van een last onder dwangsom was geschikt en noodzakelijk.
Eiseres betoogde dat de dwangsom te hoog was en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarop de hoogte gebaseerd was. De rechtbank stelde vast dat het college de hoogte had gebaseerd op het financiële voordeel van de eigenaar en niet van eiseres als huurder, waardoor de motivering onvoldoende was. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de dwangsom betreft.
De rechtbank stelde zelf de dwangsom vast op €100.000, een bedrag dat door partijen als redelijk werd beschouwd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.