Eiseres verrichtte tussen 2018 en medio 2021 projectmanagementwerkzaamheden voor gedaagde tegen een vaste vergoeding van €90.000, die volledig was betaald. Daarna vorderde eiseres betaling van €6.050 voor aanvullende werkzaamheden in verband met een gerechtelijke procedure tegen een bouwkundig aannemer, welke gedaagde niet heeft voldaan.
Gedaagde betwistte dat zij opdracht had gegeven voor deze aanvullende werkzaamheden en stelde dat deze waren inbegrepen in de vaste vergoeding. Eiseres kon niet onderbouwen dat er een aparte opdracht of betalingsafspraak was gemaakt voor deze werkzaamheden, noch specificeerde zij uren of tarieven.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres haar stelling onvoldoende had onderbouwd en dat niet kon worden vastgesteld dat gedaagde opdracht had gegeven voor de aanvullende werkzaamheden. Daarom werd de vordering afgewezen, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van €813 en wettelijke rente over deze kosten.