De rechtbank Gelderland heeft op 2 oktober 2024 het bezwaar behandeld van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel. De veroordeelde, een first offender, is veroordeeld voor openlijke geweldpleging en heeft sindsdien geen nieuwe strafbare feiten gepleegd. Zij heeft een excuusbrief geschreven en maakt gebruik van hulpverlening die het recidiverisico verlaagt.
De rechtbank overwoog dat de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden rigide is, maar dat bijzondere omstandigheden zoals de jeugdige leeftijd, het feit dat het een first offender betreft, en het ontbreken van nieuwe strafbare feiten, aanleiding geven tot een uitzondering. De raadkamer achtte het redelijkerwijs aannemelijk dat het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor de opsporing of vervolging van toekomstige strafbare feiten.
Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het celmateriaal terstond te vernietigen. Deze beslissing weerspiegelt een zorgvuldige belangenafweging tussen het belang van opsporing en de proportionaliteit van het ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van de minderjarige veroordeelde.