ECLI:NL:RBGEL:2024:6832

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 september 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
C/05/440780 / ZJ RK 24-624
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 lid 3 sub c JeugdwetArt. 6.1.2 lid 5 JeugdwetArt. 6.1.2 lid 2 sub c Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging gesloten jeugdhulp wegens ontbreken instemming en minder ingrijpende hulp

Het college van burgemeester en wethouders verzocht de rechtbank om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de jeugdige [betrokkene], die sinds een jaar verblijft bij een instelling vanwege zorgelijk gedrag. Ondanks intensieve begeleiding en veiligheidsmaatregelen, bleef het college zorgen houden over haar veiligheid en dagbesteding.

Tijdens de zitting gaf de vader aan dat hij niet instemt met de gesloten opname en dat hij zich onder druk gezet voelde om eerder toestemming te geven. De moeder stond wel achter het verzoek, maar de kinderrechter benadrukte dat beide ouders met gezag moeten instemmen voor een gesloten plaatsing.

Daarnaast was de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bijna drie maanden oud en niet gebaseerd op een recent onderzoek, terwijl de situatie van de jeugdige sinds juni 2024 verbeterde. De kinderrechter concludeerde dat er minder ingrijpende mogelijkheden voor hulpverlening zijn en dat het verzoek daarom ook op inhoudelijke gronden wordt afgewezen.

De kinderrechter wees het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen wegens ontbreken instemming van een ouder, verouderde gedragswetenschapperverklaring en aanwezigheid minder ingrijpende hulp.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/440780 / ZJ RK 24-624
Datum uitspraak: 17 september 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] ,
hierna te noemen: het college,
over
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [betrokkene] ,
advocaat: mr. M. Bakhuis te Apeldoorn.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 september 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 september 2024. Daarbij waren aanwezig:
- [betrokkene] met haar advocaat;
- de vader;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van het college.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [betrokkene] .
2.2.
[betrokkene] staat in het GBA ingeschreven op het aders van de moeder, maar ze verblijft feitelijk bij [instelling] .
3.
Het verzoek
3.1.
Het college verzoekt een machtiging om [betrokkene] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
Het college heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. [betrokkene] verblijft sinds een jaar bij [instelling] en sinds de plaatsing is haar gedrag steeds zorgelijker geworden. [instelling] heeft aangegeven dat zij de veiligheid van [betrokkene] niet meer kunnen garanderen. Sinds 6 mei 2024 is één-op-één begeleiding ingezet voor [betrokkene] om haar meer nabijheid te bieden en rust voor haar te creëren. Er bleven echter zorgen over de veiligheid van [betrokkene] bestaan. Daarom is vervolgens twee-op-één begeleiding ingezet om [betrokkene] haar veiligheid te kunnen waarborgen. In deze periode zijn de incidenten afgenomen, waarna er weer één-op-één begeleiding is ingezet. Inmiddels is de begeleiding van [betrokkene] op de groep afgebouwd. De groep geeft aan dat het momenteel redelijk goed gaat met [betrokkene] op de groep. Verder heeft het college vernomen dat [betrokkene] niet langer naar school gaat doordat er een incident is geweest op school. Hierdoor heeft het college zorgen over [betrokkene] haar dagbesteding. Tot slot heeft het college aangegeven dat Raad voor de Kinderbescherming inmiddels een onderzoek is gestart.
3.3.
De onafhankelijk gedragswetenschapper heeft in haar verklaring van 25 juni 2024 aangegeven dat zij instemt met een machtiging gesloten plaatsing.

4.De standpunten

4.1.
Het college heeft een getekende verklaring overgelegd waarin beide ouders toestemming geven voor een gesloten opname. In het verzoek van het college staat echter al dat de vader niet achter het verzoek staat. De vader geeft aan dat hij zich onder druk gezet voelde om te tekenen.
4.2.
Op de zitting heeft de vader herhaald dat hij zich onder druk gezet voelde en daarom getekend heeft. Hij wist niet wat het beste was voor [betrokkene] . Tijdens de zitting heeft hij duidelijk laten weten niet achter het verzoek te staan. De vader is erg tevreden over het verblijf van [betrokkene] bij [instelling] . De laatste maanden gaat het steeds een beetje beter. Hij is van mening dat een gesloten plaatsing juist averechts zal werken.
4.3.
De moeder heeft aangegeven dat zij denkt dat de huidige plek waar [betrokkene] verblijft een goede plek voor haar is. Indertijd heeft zij toestemming verleend voor een gesloten plaatsing, omdat zij dacht dat dit het beste was voor [betrokkene] .

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter stelt voorop dat [betrokkene] niet onder toezicht is gesteld en dat haar beide ouders het gezag over haar hebben. Dit betekent dat haar ouders beiden moeten instemmen met een opneming en verblijf binnen de gesloten jeugdzorg. [1] Hoewel uit het verzoek al leek te blijken dat de vader geen zich niet vrij heeft gevoeld om geen toestemming te verlenen, heeft hij tijdens de zitting duidelijk laten weten géén toestemming te geven. De ondertekende verklaring van een eerder datum levert daardoor geen rechtsgeldige toestemming op, omdat de toestemming op ieder moment kan worden ingetrokken. Dit heeft de vader gedaan. Deze enkele omstandigheid maakt al dat de kinderrechter geen machtiging gesloten jeugdhulp kan verlenen voor [betrokkene] .
5.2.
Daar komt bij dat het college een verklaring heeft overgelegd van een gedragswetenschapper die is gedateerd op 25 juni 2024. Kortom, een verklaring van bijna drie maanden oud. Dit betekent dat de verklaring niet voldoet aan het vereiste dat die moet zijn gebaseerd op een onderzoek dat de gedragswetenschapper kort voor de zitting/ indiening van het verzoek moet hebben uitgevoerd met het oog op de aanvraag van een machtiging gesloten jeugdhulp. [2] Zeker nu blijkt dat het sinds eind juni 2024 steeds een beetje beter gaat met [betrokkene] , kan aan de instemmingsverklaring geen waarde meer worden toegekend in het kader van het verzoek van het college.
5.3.
Ten overvloede merkt de kinderrechter op dat zij het verzoek om een machtiging gesloten plaatsing ook op inhoudelijk gronden afwijst. Zoals het college bevestigt, gaat het sinds eind juni steeds ietsjes beter met [betrokkene] . Ze heeft nog een weg te gaan, maar de intensieve begeleiding is afgebouwd, er zijn geen politiemeldingen meer geweest die verband houden met suïcidaal gedrag en ook het automutileren is minder. [betrokkene] heeft weer contact met beide ouders en zij staat open voor hulpverlening en gesprekken. Dit is een positieve ontwikkeling. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat [betrokkene] deze positieve ontwikkeling zal vasthouden met hulp van haar ouders en begeleiders. Dit betekent dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de problemen van [betrokkene] aan te pakken. Aan de eis dat die mogelijkheden er niet meer zijn, wordt dus niet voldaan. [3] Dit betekent dat de kinderrechter het verzoek ook op deze grond afwijst, voor zover dat nog nodig is aangezien aan twee andere vereisten ook niet wordt voldaan.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2024 door mr. dr. E.L. de Jongh, kinderrechter, in aanwezigheid van H.A.P. Oppewal als griffier, en op schrift gesteld op 30 september 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2 lid 3 sub c Jeugdwet.
2.Artikel 6.1.2 lid 5 Jw.
3.Artikel 6.1.2 lid 2 sub c Jw.