Het college van burgemeester en wethouders verzocht de rechtbank om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de jeugdige [betrokkene], die sinds een jaar verblijft bij een instelling vanwege zorgelijk gedrag. Ondanks intensieve begeleiding en veiligheidsmaatregelen, bleef het college zorgen houden over haar veiligheid en dagbesteding.
Tijdens de zitting gaf de vader aan dat hij niet instemt met de gesloten opname en dat hij zich onder druk gezet voelde om eerder toestemming te geven. De moeder stond wel achter het verzoek, maar de kinderrechter benadrukte dat beide ouders met gezag moeten instemmen voor een gesloten plaatsing.
Daarnaast was de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bijna drie maanden oud en niet gebaseerd op een recent onderzoek, terwijl de situatie van de jeugdige sinds juni 2024 verbeterde. De kinderrechter concludeerde dat er minder ingrijpende mogelijkheden voor hulpverlening zijn en dat het verzoek daarom ook op inhoudelijke gronden wordt afgewezen.
De kinderrechter wees het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.