De rechtbank Gelderland heeft op 12 september 2024 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de verdachte, die eerder is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, begunstiging, witwassen en valsheid in geschrift. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk geschat op bijna €2,9 miljoen, later aangepast tot €2.824.071,50.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het eerder gewezen vonnis waarin is vastgesteld dat de omzet van het bedrijf van verdachte uit criminele activiteiten voortkwam. De rechtbank concludeerde dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft genoten, voornamelijk uit privé-onttrekkingen aan zijn bedrijf, die zijn vastgesteld op €319.255. Na aftrek van afgedragen belastingen en premies van €88.056 resteert een bedrag van €231.199 als ontnemingsbedrag.
De rechtbank verwierp het betoog van de verdediging dat contante stortingen en de verkoop van 2869 telefoons voordeel opleverden, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Tevens wees de rechtbank het verzoek tot aanhouding van de ontnemingszaak af en stelde zij vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, zonder dat dit tot matiging van het bedrag leidde.
Tot slot legde de rechtbank de maximale duur van de gijzeling vast op 1080 dagen, conform de wettelijke norm van één dag gijzeling per volle €50 aan ontnomen voordeel, met een maximum van drie jaar.