ECLI:NL:RBGEL:2024:655
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing resterende vordering tot terugplaatsing in kader PIJ-maatregel wegens ontbreken passende woonplek
De rechtbank Gelderland behandelde de vordering tot terugplaatsing van betrokkene in het kader van de PIJ-maatregel. Eerder was betrokkene voor vijf maanden teruggeplaatst in een penitentiaire inrichting. De rechtbank heeft de verdere beslissing aangehouden tot na een zitting in januari 2024, waarbij ook de mogelijkheid van verplichte zorg op grond van de Wet forensische zorg (Wfz) werd onderzocht.
Uit een memo van de officier van justitie Verplichte Zorg bleek dat betrokkene een psychische stoornis heeft die zorg vereist, maar opname op dit moment niet aangewezen is. De benodigde zorg moet ambulant plaatsvinden, maar dit is niet doelmatig zonder een stabiele woonplek met intensieve begeleiding. De reclassering heeft zich ingespannen om een passende woonplek te vinden, maar zonder succes.
Tijdens de zitting op 23 januari 2024 werd duidelijk dat een zorgmachtiging onder de huidige omstandigheden niet haalbaar is. De officier van justitie handhaafde de vordering tot terugplaatsing, omdat betrokkene anders zonder hulp op straat komt te staan na beëindiging van de PIJ-maatregel. Betrokkene zelf vroeg de rechtbank het resterende deel van de vordering af te wijzen, met het oog op zijn behoefte aan duidelijkheid en een geschikte woonplek.
De rechtbank oordeelde dat een langere terugplaatsing niet bijdraagt aan het vinden van een passende woonplek en niet motiveert tot naleving van de voorwaarden van de PIJ-maatregel. Daarom wees zij het resterende deel van de vordering tot terugplaatsing af. De rechtbank sprak de hoop uit dat alsnog op korte termijn een passende woonplek beschikbaar komt voor betrokkene, zodat hij de benodigde begeleiding kan ontvangen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het resterende deel van de vordering tot terugplaatsing af wegens het ontbreken van een passende woonplek en het belang van begeleiding buiten detentie.