Op 30 oktober 2021 vond in een café in Ede een vechtpartij plaats waarbij het slachtoffer een bijtwond opliep die ernstig geïnfecteerd raakte met streptokokken, leidend tot septische shock en een grote operatieve wond. Verdachte werd beschuldigd van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door te slaan, stompen en bijten.
Tijdens het proces werd vastgesteld dat niemand direct heeft gezien wie het slachtoffer heeft gebeten. Een getuige zag verdachte wel op het slachtoffer zitten en hem stompen, maar kon niet bevestigen dat verdachte ook de beet heeft toegebracht. Een andere getuige verklaarde dat verdachte niet de bijter was. Bovendien werd deze tweede getuige zelf als verdachte aangemerkt, wat de rechtbank als contra-indicatie voor de schuld van verdachte beschouwde.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk te houden voor de zware mishandeling en mishandeling. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij. De civiele vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een bewezenverklaring, en het slachtoffer werd veroordeeld in de proceskosten.