De vrouw verzocht de rechtbank om een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun 14-jarige dochter. De man verzocht op zijn beurt om een provisionele omgangsregeling, waarbij hij wilde dat hun dochter om het weekend bij hem zou verblijven. Sinds begin 2023 was er geen contact meer tussen de man en zijn dochter.
De rechtbank oordeelde dat een spoedmaatregel niet passend is, omdat de man onvoldoende heeft onderbouwd waarom het noodzakelijk is om nu al een beslissing te nemen en waarom het niet van hem kan worden verlangd om de bodemprocedure af te wachten. De rechtbank benadrukte dat na zo’n lange periode zonder contact een zorgvuldige afweging nodig is over de wijze van contactherstel, wat niet mogelijk is in een spoedprocedure.
De man werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om een provisionele voorziening. De bodemprocedure wordt nog gepland, waarbij partijen nog een uitnodiging voor een mondelinge behandeling zullen ontvangen.