ECLI:NL:RBGEL:2024:6217

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 mei 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
27.10730454 \ BR VERZ 23-1164 \ 959
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:1 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in Mulder-zaak

In de Mulder-zaak heeft de rechtbank Gelderland op 10 mei 2024 uitspraak gedaan over een beroep dat was ingesteld zonder de vereiste schriftelijke machtiging. De gemachtigde van de betrokkene heeft, ondanks een aanmaning door de griffier, geen machtiging overgelegd zoals vereist op grond van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank baseert haar beslissing op artikel 6:6 onder Pro a Awb, dat bepaalt dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien niet is voldaan aan wettelijke vereisten zoals het overleggen van een machtiging. Omdat de machtiging ontbreekt, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is er geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De kantonrechter mr. F.J.H. Hovens heeft de beschikking in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Tevens is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken, onder voorwaarden zoals een sanctie boven €110 of niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdig gestelde zekerheid.

De procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verloopt schriftelijk, tenzij expliciet een mondelinge toelichting wordt gevraagd. De uitspraak is aan de betrokkene en de officier van justitie verzonden.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 10730454 \ BR VERZ 23-1164 \ 959
cjib-nr / registratienr 251080110 / 00DQQJ
zitting van 10 mei 2024
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van

[betrokken bedrijf] .

gevestigd te [adres] , [postcode] [plaats]
betrokkene
pretense gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach
tegen

de officier van justitie

Gronden voor de beslissing:

Op grond van artikel 2:1, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan de
kantonrechter van degene die het beroep heeft ingesteld een schriftelijke machtiging verlangen.
Op grond van artikel 6:6 onder Pro a Awb kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard als niet is voldaan aan artikel 6:5 of Pro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep. Ondanks dat daartoe de gelegenheid is geboden, is er geen machtiging overgelegd.
Nu het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing:

De kantonrechter:
-verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
-wijst het verzoek om toekenning van proceskosten af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: