ECLI:NL:RBGEL:2024:6217
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in Mulder-zaak
In de Mulder-zaak heeft de rechtbank Gelderland op 10 mei 2024 uitspraak gedaan over een beroep dat was ingesteld zonder de vereiste schriftelijke machtiging. De gemachtigde van de betrokkene heeft, ondanks een aanmaning door de griffier, geen machtiging overgelegd zoals vereist op grond van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank baseert haar beslissing op artikel 6:6 onder Pro a Awb, dat bepaalt dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien niet is voldaan aan wettelijke vereisten zoals het overleggen van een machtiging. Omdat de machtiging ontbreekt, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is er geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.
De kantonrechter mr. F.J.H. Hovens heeft de beschikking in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Tevens is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken, onder voorwaarden zoals een sanctie boven €110 of niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdig gestelde zekerheid.
De procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verloopt schriftelijk, tenzij expliciet een mondelinge toelichting wordt gevraagd. De uitspraak is aan de betrokkene en de officier van justitie verzonden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.