ECLI:NL:RBGEL:2024:6213

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 mei 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
31.10741185 \ BR VERZ 23-1211 \ 959
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken beroepsgronden in Mulder-zaak

In de Mulder-zaak heeft de rechtbank Gelderland op 10 mei 2024 uitspraak gedaan over een beroep tegen een besluit op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gemachtigde van betrokkene heeft, ondanks een aanmaning van de griffier, geen beroepsgronden ingediend.

De rechtbank verwijst naar artikel 6:5 en Pro 6:6 Awb, waarin is bepaald dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien niet aan de vereisten wordt voldaan. De gemachtigde kreeg de mogelijkheid om de gronden uiterlijk een week voor de zitting aan te vullen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Omdat niet is gesteld of gebleken dat betrokkene hiervoor geen verwijt treft, verklaart de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskosten toe te kennen af. De uitspraak is openbaar gedaan door kantonrechter F.J.H. Hovens. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld onder voorwaarden.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 10741185 \ BR VERZ 23-1211 \ 959
cjib-nr / registratienr 251341961 / 00F08P
zitting van 10 mei 2024
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van

[betrokkene]

wonende te [adres] [postcode] [woonplaats]
betrokkene
gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach
tegen

de officier van justitie

Gronden voor de beslissing:

Art. 6:5 Awb Pro meldt aan welke voorwaarden een beroepschrift moet voldoen om als zodanig te worden aangemerkt.
Op grond van artikel 6:6 onder Pro a Awb kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard als niet is voldaan aan artikel 6:5 of Pro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep.
Gemachtigde is in de brief van de griffier van 9 april 2024 in de gelegenheid gesteld de (aanvullende) gronden van het beroep uiterlijk een week voor de zitting in te dienen. Van die mogelijkheid tot het herstellen van het verzuim heeft gemachtigde tot op de zitting geen gebruik gemaakt. Gemachtigde is gewezen op de gevolgen van het niet aanvoeren van gronden. Nu gemachtigde dit verzuim niet heeft hersteld en niet is gesteld noch gebleken dat hiervan betrokkene geen verwijt is te maken zal de kantonrechter het beroep van gemachtigde niet-ontvankelijk verklaren.
Nu het beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:
-verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
-wijst het verzoek om toekenning van proceskosten af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: