In deze civiele zaak vordert eiser een verzekeringsuitkering na een autobrand. De rechtbank heeft in een tussenvonnis een voorshands bewijsoordeel gegeven dat eiser de brand zelf heeft veroorzaakt en hierover heeft gelogen. Eiser kreeg de gelegenheid tegenbewijs te leveren.
Eiser heeft zichzelf en meerdere getuigen gehoord, maar hun verklaringen ontzenuwen het bewijsoordeel niet. De deskundige rapporten van DEKRA tonen aan dat de auto vanwege een gebroken krukas niet meer kon rijden en dat de brand niet in de motorruimte is ontstaan. Bovendien is in het interieur benzine aangetroffen, terwijl de auto op diesel reed, hetgeen eiser niet plausibel heeft verklaard.
Eiser heeft geen contra-expertise laten uitvoeren ondanks daartoe in de gelegenheid gesteld te zijn. De rechtbank acht het bewijsoordeel dan ook niet weerlegd en concludeert dat het recht op uitkering is vervallen. De vordering wordt afgewezen. Bovemij krijgt een tegenvordering toegewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.