Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2024
- de door [gedaagde] ter zitting overgelegde stukken.
Rechtbank Gelderland
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen met hun twee kinderen in een woning die eigendom is van eiseres. Na beëindiging van de samenlevingsovereenkomst en het vertrek van eiseres uit de woning, bleef gedaagde met de kinderen in de woning wonen.
Eiseres vordert ontruiming van de woning omdat zij deze wil verkopen en gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft. Gedaagde betwist dit en beroept zich onder meer op een handgeschreven overeenkomst waarin staat dat de woning niet verkocht zal worden tot november 2025.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van eiseres voldoende aannemelijk is vanwege dubbele woonlasten. Gedaagde heeft geen recht op gebruik van de woning en de termijn van drie maanden woonrecht na ontbinding van de samenlevingsovereenkomst is verstreken. De handgeschreven overeenkomst staat ontruiming niet in de weg omdat de omstandigheden waaronder deze werd gesloten niet meer gelden.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering met een ruime termijn tot 31 oktober 2024. De gevorderde machtiging voor ontruiming met sterke arm en de dwangsom worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de woning uiterlijk 31 oktober 2024 te verlaten en ontruimd op te leveren.