Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Gelderland
In deze schadestaatprocedure vordert Luiken Vastgoed vergoeding van vermogensschade wegens het onverantwoord voortzetten van de exploitatie van [belanghebbende 1] na 19 februari 2018. Het hof Arnhem-Leeuwarden had reeds onrechtmatige bestuurdersaansprakelijkheid vastgesteld, waarna deze procedure diende om de schade vast te stellen.
De rechtbank overweegt dat Luiken Vastgoed onvoldoende heeft aangetoond dat zij schade heeft geleden. De vergelijking tussen de feitelijke situatie en de hypothetische situatie waarin de exploitatie eerder was gestaakt, wijst niet op een financieel nadeel. De bedrijfsruimte werd in 2021 verkocht voor een hogere prijs dan in 2018 verwacht kon worden, en de huurinkomsten na 2018 waren hoger dan in het hypothetische scenario.
Daarnaast zijn de door Luiken Vastgoed gestelde extra ontruimingskosten en interne kosten niet aannemelijk gemaakt of worden zij als inherent aan ondernemingsrisico gezien. De gevorderde kosten voor juridische bijstand worden eveneens niet toegewezen wegens onvoldoende specificatie en verband met de schadestaatprocedure.
De rechtbank concludeert dat Luiken Vastgoed niet in een gunstigere vermogenspositie zou zijn geweest als het faillissement in februari 2018 was aangevraagd. Daarom worden alle vorderingen afgewezen en wordt Luiken Vastgoed veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Luiken Vastgoed af wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade.