De rechtbank Gelderland heeft op 2 september 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die is veroordeeld voor medeplegen van beroepsmatige online handelsfraude. De straf bedraagt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.
Daarnaast heeft de rechtbank de ontnemingsvordering van de officier van justitie behandeld. De officier van justitie vorderde vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel op €18.205,-, aangepast tijdens de zitting. De rechtbank stelt het bedrag vast op €17.705,-, gebaseerd op een rapport en bijbehorende berekeningen van de politie. Dit bedrag betreft opbrengsten van betalingen op bankrekeningen van verdachte en medeverdachte, verminderd met kosten voor de website.
De rechtbank oordeelt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel moet worden aangemerkt, omdat verdachte en medeverdachte een relatie hadden en gezamenlijk over het geld beschikten. Daarom legt de rechtbank een hoofdelijke betalingsverplichting op. De vordering tot betaling aan de Staat wordt toegewezen, met een maximale gijzelingstermijn van 354 dagen voor het geval van niet-betaling. De rechtbank wijst de vordering voor zover anders afgewezen toe.