ECLI:NL:RBGEL:2024:5951

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 september 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
C/05/439632 / FA RK 24-2639
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 265 RvArt. 270 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van gezags- en adoptiezaken naar bevoegde rechtbank Rotterdam

In deze civiele zaken betreffende eenhoofdig gezag en stiefouderadoptie heeft de rechtbank Gelderland de bevoegdheidstoets uitgevoerd. De verzoeken zijn ingediend door de moeder en de stiefvader, waarbij de vader als belanghebbende is betrokken.

De rechtbank overweegt dat in zaken over kinderen de rechter van de woonplaats van de kinderen bevoegd is. Indien ambtshalve blijkt dat een andere rechtbank van gelijke rang bevoegd is, dient de zaak te worden verwezen, tenzij alle betrokken partijen expliciet aangeven geen doorverwijzing te wensen.

Hoewel de moeder en stiefvader geen doorverwijzing wensen, heeft de vader onvoldoende concreet verklaard dat hij geen doorverwijzing wenst. Zijn verklaring dat hij geen bezwaar heeft tegen een andere rechtbank is niet specifiek genoeg. Daarom besluit de rechtbank Gelderland ambtshalve de zaken te verwijzen naar de rechtbank Rotterdam.

De beschikking is op 30 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken door rechter E.L. de Jongh, met griffier M.M. Verschuren, en betreft de zaaknummers C/05/439632 (gezag) en C/05/439565 (adoptie).

Uitkomst: De rechtbank Gelderland verklaart zich onbevoegd en verwijst de gezags- en adoptiezaken naar de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/439632 / FA RK 24-2639 (gezag)
C/05/439565 / FA RK 24-2626 (adoptie)
Datum uitspraak: 30 augustus 2024
beschikking bevoegdheid
In de zaak met zaaknummer C/05/439632 / FA RK 24-2639 (gezag) van
[verzoekster](hierna: de moeder)
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar
tegen
[verweerder](hierna: de vader)
wonende te [woonplaats 2] .
In de zaak met zaaknummer C/05/439565 / FA RK 24/2626 (adoptie) van
[verzoeker](hierna: de stiefvader)
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar
met als belanghebbenden:
[verzoekster], wonende te [woonplaats 1] ;
[verweerder], wonende te [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedures

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de twee verzoekschriften met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 31 juli 2024;
- het journaalbericht met bijlagen van mr. Appelman van 14 augustus 2024 (productie 1 t/m 7) in zaak C/05/439565 / FA RK 24/2626 (adoptie);
- het journaalbericht met bijlagen van mr. Appelman van 16 augustus 2024 (geboorteakten) in zaak C/05/439632 / FA RK 24-2639 (gezag).

2.De beoordeling

2.1.
In zaken over kinderen is de rechter van de woonplaats van de kinderen bevoegd. [1] Als de rechter zo nodig ambtshalve beslist dat niet hij maar een andere rechter van gelijke rang bevoegd is, verwijst hij de zaak naar die andere rechter. Verwijzing naar een andere rechtbank vindt niet plaats als de verzoekers en opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen. [2] Weliswaar hebben verzoekers (de moeder en de stiefvader) laten weten geen doorverwijzing te wensen, maar uit de overgelegde referteverklaring van de vader blijkt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende dat hij geen doorverwijzing wenst. Hieruit blijkt enkel dat hij geen bezwaar heeft tegen een andere rechtbank zonder dat concreet is welke rechtbank dat is. De rechtbank beslist daarom ambtshalve dat de zaken worden verwezen naar de rechtbank Rotterdam.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart de rechtbank Gelderland onbevoegd om van de verzoeken kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaken in hun geheel in de staat waarin zij zich bevinden naar de rechtbank Rotterdam.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. E.L. de Jongh, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Verschuren als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2024.

Voetnoten

1.Artikel 265 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering (Rv).
2.Artikel 270 lid 1 Rv Pro.