Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
€ 13.054,17.
4.De toegepaste wettelijke bepalingen
5.De beslissing
(zegge: dertienduidendenvierenvijftig euro en zeventien eurocent).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 19 juli 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €132.650,83, later aangepast naar €63.852,50. De verdediging stelde dat het voordeel slechts €18.000 bedroeg, gebaseerd op zes oogsten met een opbrengst van €3.000 per oogst, minus reeds betaalde elektriciteitskosten.
Tijdens de zitting verklaarde de veroordeelde dat hij zes succesvolle oogsten had gehad en per oogst €3.000 had ontvangen, wat door de rechtbank als aannemelijk werd beschouwd. De rechtbank trok de elektriciteitskosten van €4.945,83 af van het geschatte voordeel, waardoor het definitieve bedrag op €13.054,17 werd vastgesteld.
De medeplichtige echtgenote werd niet geacht voordeel te hebben genoten, aangezien zij geen zicht had op de financiën en de veroordeelde de opbrengsten ontving. De rechtbank legde de volledige betalingsverplichting bij de veroordeelde neer en bepaalde dat bij niet-nakoming gijzeling tot maximaal 261 dagen kan worden toegepast.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en volgt op een eerdere veroordeling van de veroordeelde tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor het telen van hennep en diefstal van elektriciteit.
Uitkomst: De rechtbank legt de betalingsverplichting tot ontneming van €13.054,17 op aan de veroordeelde met gijzeling bij niet-nakoming.