De zaak betreft een kort geding tussen [eiser], verhuurder van een bedrijfsruimte, en Mondzorg Bemmel B.V., huurder van die ruimte. Mondzorg Bemmel exploiteert sinds begin 2020 haar tandartsenpraktijk in een nabijgelegen pand en heeft de exploitatieverplichting in het gehuurde niet nagekomen. Tevens is sprake van een huurachterstand doordat niet steeds de geïndexeerde huurprijs is betaald.
[eiser] vordert ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen, betaling van de huurachterstand, contractuele boete, buitengerechtelijke kosten en maandelijkse huur tot ontruiming. Mondzorg Bemmel voert verweer, maar slaagt er niet in aannemelijk te maken dat zij de exploitatieverplichting nakomt of dat de huurachterstand onterecht is.
De kantonrechter oordeelt dat met grote waarschijnlijkheid in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken vanwege de ernstige tekortkoming. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering en betaling van de gevorderde bedragen, met uitzondering van de wettelijke handelsrente die wordt afgewezen vanwege het bestaan van een contractuele boete.
Mondzorg Bemmel wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van €5.829,25 aan achterstallige huur, boete en kosten, en maandelijkse huur vanaf 1 juli 2024 tot ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan [eiser] toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.