De rechtbank behandelt een geschil over de nalatenschap van mevrouw erflaatster die op 17 augustus 2018 is overleden. De executeur, tevens erfgenaam, vordert vaststelling van de omvang en waarde van de nalatenschap en de wijze van verdeling, alsmede betaling van een bedrag door de erfgenamen. De erfgenamen voeren verweer en vorderen inzage in bankafschriften.
De rechtbank wijst de vordering tot verstrekking van bankafschriften af, omdat de erfgenamen geen belang meer hebben bij de gevraagde stukken en de wettelijke bewaartermijn is verstreken. De nalatenschap is beneficiair aanvaard en de executeur heeft aangetoond dat de nalatenschap voldoende is om schulden te voldoen, waardoor vereffening niet aan de orde is.
De rechtbank stelt de omvang van de nalatenschap vast op €13.998,39 minus het executeurssalaris en passiva, resulterend in een netto saldo van €6.073,98 voor verdeling. De waarde van de inboedel en wasmachine wordt vastgesteld op respectievelijk €985,00 en €50,00. De verdeling wordt vastgesteld waarbij de erfgenamen ieder een gelijk deel ontvangen, met verrekening van reeds ontvangen bedragen.
De vordering van de executeur tot betaling door de erfgenamen wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.