Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 juli 2024 met producties 1 t/m3;
- de vrijwillige verschijning van [gedaagde] ;
- de producties 1 en 2 van [gedaagde] ;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
om te beoordelen of de tekortkoming, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de overeenkomst te ontbinden’. Ook oordeelde de Hoge Raad nog het volgende: ‘
(d)eze rechterlijke beoordeling vindt vanzelfsprekend (ook in verstekzaken) wel haar praktische begrenzing erin dat de rechter slechts rekening kan houden met de voor hem kenbare feiten en omstandigheden.’ [1]