ECLI:NL:RBGEL:2024:4694

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 juni 2024
Publicatiedatum
19 juli 2024
Zaaknummer
C/05/435910 / HA ZA 24-254
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling hoofdsom, onderzoekskosten en rente

Eiseres, een onderlinge waarborgmaatschappij, vordert betaling van een hoofdsom van €36.488,58 en onderzoekskosten van €660,00 van gedaagde. De procedure verliep bij verstek omdat gedaagde niet is verschenen. De rechtbank wijst de vordering toe, met uitzondering van de primair gevorderde wettelijke rente vanaf 6 april 2023, omdat niet is gesteld of gebleken dat eiseres toen al kosten had gemaakt of betalingen had verricht.

Subsidiair wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, 1 mei 2024, tot de dag van volledige betaling. Daarnaast veroordeelt de rechtbank gedaagde tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €1.146,49 en proceskosten van €3.811,72, inclusief dagvaarding, griffierecht en salaris advocaat. Nakosten na het vonnis worden onder voorwaarden toegewezen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door mr. G.F. van den Berg op 12 juni 2024.

Uitkomst: Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, onderzoekskosten, wettelijke rente vanaf dagvaarding, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/435910 / HA ZA 24-254
Vonnis van 12 juni 2024
in de zaak van
de onderlinge waarborgmaatschappij met uitgesloten aansprakelijkheid
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP U.A.,
statutair gevestigd te Tilburg,
eiseres,
advocaat mr. H.A. Bravenboer te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
ingeschreven op een [adres] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eiseres heeft onder meer wettelijke rente over de hoofdsom (€ 36.488,58) en de onderzoekskosten (€ 660,00) gevorderd, primair gerekend vanaf 6 april 2023. Omdat niet gesteld of gebleken is dat eiseres het bedrag van € 36.488,58 op 6 april 2023 aan gedaagde heeft betaald en evenmin dat eiseres de onderzoekskosten op die datum heeft gemaakt, is het gevorderde in zoverre niet toewijsbaar. Subsidiair heeft eiseres wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van dagvaarding, zijnde 1 mei 2024. Deze subsidiaire vordering is toewijsbaar.
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 136,72
- griffierecht € 2.889,00
- salaris advocaat €
786,00(1,0 punt × tarief € 786,00)
Totaal € 3.811,72.
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 36.488,58, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 1 mei 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 660,00 aan onderzoekskosten, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 1 mei 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.146,49 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.811,72,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.