ECLI:NL:RBGEL:2024:4581
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak militairen wegens onvoldoende bewijs handel in harddrugs
De rechtbank Gelderland heeft op 15 juli 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een vijftal militairen die werden verdacht van het telen, bereiden, verwerken, verkopen en vervoeren van cocaïne en MDMA. Het onderzoek startte na de aanhouding van een medeverdachte op Curaçao en de daaropvolgende analyse van zijn telefoon, waaruit mogelijk betrokkenheid van meerdere militairen bleek.
De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan wegens vermeend onherstelbaar vormverzuim, omdat de observatie en aanhouding van de medeverdachte zonder redelijk vermoeden van schuld zou hebben plaatsgevonden. De militaire kamer oordeelde echter dat er voldoende objectieve en concrete gegevens waren om het redelijk vermoeden te ondersteunen, waardoor geen sprake was van vormverzuim.
De rechtbank stelde vast dat de WhatsApp-gesprekken van verdachte over drugs onvoldoende bewijs vormden voor het daadwerkelijk aanwezig hebben of verhandelen van harddrugs. Gezien het gebrek aan overtuigend bewijs werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs en het zorgvuldig toetsen van opsporingshandelingen bij strafzaken rond drugshandel, zeker binnen militaire contexten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van handel in harddrugs.