ECLI:NL:RBGEL:2024:3672
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling voor diefstal en pinfraude
De rechtbank Gelderland heeft op 18 juni 2024 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die is veroordeeld voor vijftien strafbare feiten, waaronder insluipingen in scholen en het pinnen met gestolen pinpassen. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, oorspronkelijk geschat op €64.372,15, maar na aanpassing en aftrek van toegewezen vorderingen gesteld op €41.457,38.
De rechtbank beoordeelde per feit het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel en stelde vast dat diverse geldbedragen uit diefstal en pinfraude als zodanig kwalificeren, terwijl enkele overboekingen en bepaalde feiten geen voordeel opleverden. Tevens werden toegewezen vorderingen van benadeelden in mindering gebracht op het totaalbedrag.
Op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht werd veroordeelde veroordeeld tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat. Daarnaast werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 829 dagen, conform artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak is gebaseerd op uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van politieonderzoeken uit december 2023. De rechtbank bevestigde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel aannemelijk is en legde de betalingsverplichting op aan de veroordeelde.
Uitkomst: Veroordeelde is veroordeeld tot betaling van €41.457,38 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.