Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
4.De beslissing
wijst afde vordering van de officier van justitie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 10 april 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 2003, die werd vervolgd voor het medeplegen van het vervoeren en voorhanden hebben van 30 kilo cocaïne. De drugs waren verborgen in een vuilniszak en een verborgen ruimte in de auto. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.
De officier van justitie vorderde daarnaast ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €84.644, gebaseerd op een transactie van 12 blokken cocaïne met een geschatte verkoopwaarde van €200.000. De verdediging betoogde dat verdachte slechts als koerier fungeerde zonder daadwerkelijke winst te hebben ontvangen en dat de vordering geen recht deed aan de realiteit van de zaak.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende aannemelijk was dat verdachte daadwerkelijk voordeel had genoten uit de bewezenverklaarde feiten of andere strafbare feiten. De vordering tot ontneming werd daarom afgewezen. De strafrechtelijke veroordeling bleef gehandhaafd, waarbij de rechtbank het bewijs en de omstandigheden van de zaak in haar oordeel betrok.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij de griffier aanwezig was maar het vonnis niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf; vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.