Uitspraak
Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
In deze zaak verzoekt de moeder om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) vervallen te verklaren en een contactregeling vast te stellen met haar kinderen. De GI had een schriftelijke aanwijzing gegeven die het contact tussen moeder en kinderen aanzienlijk beperkte, met als motief dat het opgroeiperspectief van de kinderen niet bij de moeder ligt.
Tijdens de mondelinge behandeling kwamen de standpunten van de moeder, GI en de Raad voor de Kinderbescherming aan bod. De moeder wenst meer contact en wijst op de stroef verlopende samenwerking met de GI. De GI benadrukt het belang van het contact, maar wijst op het ontbreken van vertrouwen en de keuze van de moeder om geen contactmomenten te benutten. De Raad betreurt het gebrek aan contact en adviseert verbetering van de samenwerking.
De rechtbank oordeelt dat de schriftelijke aanwijzing onvoldoende is gemotiveerd. Het enkele feit dat het opgroeiperspectief niet bij de moeder ligt, rechtvaardigt niet zonder meer een verregaande beperking van het contact. De GI heeft geen concrete risicoanalyse of gedragsobservaties overlegd die een dergelijke beperking ondersteunen. Daarom verklaart de rechtbank de schriftelijke aanwijzing vervallen en wijst zij het verzoek tot vaststelling van een contactregeling af. De GI wordt opgedragen de samenwerking met moeder en pleegouders te verbeteren en het contact zorgvuldig op te bouwen in het belang van de kinderen.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing wordt vervallen verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en het verzoek tot contactregeling wordt afgewezen.