Verzoekster heeft een schuld van €39.054,34 en bood een schuldregeling aan waarbij zij €1.152,- ineens uitbetaalt aan schuldeisers, met een preferent dubbel percentage voor preferente schuldeisers, en het restant wordt kwijtgescholden. Van de veertien schuldeisers stemden dertien in, maar één schuldeiser gevestigd in Duitsland weigerde.
De rechtbank beoordeelde eerst haar bevoegdheid en het toepasselijke recht. Zij oordeelde dat de zaak een burgerlijke of handelszaak betreft en dat de rechtbank Gelderland bevoegd is op grond van de Brussel Ibis-Verordening. Het toepasselijke recht is Nederlands recht volgens de Rome I-Verordening.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers bij de schuldregeling zwaarder weegt dan het belang van de schuldeiser bij weigering. De schuldregeling is het maximaal haalbare en voordeliger dan een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom wordt de schuldeiser gedwongen in te stemmen met de regeling.
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees erop dat hoger beroep mogelijk is binnen acht dagen door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.