ECLI:NL:RBGEL:2024:2974
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel prostitutie
De rechtbank Gelderland heeft op 13 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde werd eerder veroordeeld tot 56 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van mensenhandel. De officier van justitie vorderde ontneming van het voordeel dat veroordeelde en medeveroordeelden gezamenlijk behaalden uit de prostitutiewerkzaamheden van het slachtoffer in de periode van 31 mei 2015 tot en met 17 april 2017.
De rechtbank baseerde zich op een politierapport van 2 februari 2021 waarin het voordeel werd berekend op €232.001,00. Hierbij werden inkomsten uit prostitutie vastgesteld op €245.500,00, verminderd met kosten voor condooms, babydoekjes, advertenties en hotel- en vervoerskosten, resulterend in het genoemde bedrag. De rechtbank achtte aannemelijk dat veroordeelde dit voordeel wederrechtelijk verkregen had.
De vordering werd toegewezen en veroordeelde werd verplicht tot betaling van het bedrag aan de Staat. Tevens werd bepaald dat bij niet-nakoming gijzeling tot maximaal 1080 dagen kan worden toegepast. De hoofdelijkheid van de betaling werd vastgesteld vanwege de gezamenlijke rol van veroordeelde en medeveroordeelden in het voordeel.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €232.001 aan de Staat met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.