ECLI:NL:RBGEL:2024:2960

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
C/05/435012 KG RK 24-354
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 wrakingsprotocolArt. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Gelderland wegens gebrek aan concrete feiten

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen meerdere rechters van de rechtbank Gelderland, stellende dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid vanwege de hiërarchische organisatie van de rechtbank. Dit verzoek werd behandeld door de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland.

De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen ontvankelijk is indien er concrete feiten of omstandigheden zijn die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen. Verzoeker had geen dergelijke concrete feiten aangevoerd, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens is een wrakingsverzoek gericht tegen alle rechters van een rechtbank niet toegestaan volgens de wet.

De wrakingskamer besloot dat een mondelinge behandeling niet nodig was en dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker in de betreffende procedure niet in behandeling zullen worden genomen om misbruik van het wrakingsmiddel en vertraging van de procedure te voorkomen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en vervolgverzoeken worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/435012 / KG RK 24-354
Beslissing van 30 april 2024
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.M. Graat, mr. H.C. Leemreize en mr. M.A. Jansen- van Leeuwen,
alsmede alle rechters van de wrakingskamer in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechters.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van 22 april 2024 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld,
  • de schriftelijke reactie van 23 april 2024 van de rechters.
1.2.
De wrakingskamer heeft vervolgens bepaald dat het wrakingsverzoek op grond van artikel 4, tweede lid, sub e, van het wrakingsprotocol zonder zitting kan worden afgedaan.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter mr. S.H. Bokx-Boom in een kort geding procedure tegen [belanghebbende] . Tijdens de mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek op 22 april 2024 met zaak nummer C/05/434493/KG RK 24-315 heeft verzoeker de rechters van de wrakingskamer in deze zaak, alsmede alle rechters van de wrakingskamer in deze rechtbank gewraakt.
2.2.
Verzoeker heeft aan dit wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de leden van de wrakingskamer allen rechter zijn bij de rechtbank Gelderland. Hij heeft geen vertrouwen meer in de rechters van de rechtbank Gelderland. Er is sprake van een hiërarchische organisatie vergelijkbaar met die van de [belanghebbende] en de [belanghebbende] . Dit maakt dat er sprake is van schijn van vooringenomenheid van de rechters, aldus verzoeker.
2.3.
De leden van de wrakingskamer hebben laten weten dat zij niet in de wraking berusten en hebben op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen
waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de
rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief
gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te
zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid
toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een
zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde
schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker deze bijzondere omstandigheden concreet moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen de behandelend rechters van de wrakingskamer is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Aan het wrakingsverzoek heeft verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd die betrekking hebben op de rechters die de wrakingskamer vormden bij de mondelinge behandeling op 22 april 2024.
3.3.
Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen alle rechters van de wrakingskamer van deze rechtbank is verzoeker eveneens niet-ontvankelijk. Voor een dergelijk verzoek biedt de wet geen grondslag. Artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een wrakingsverzoek alleen gericht kan zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen. Ook moet verzoeker het wrakingsverzoek onderbouwen met concrete feiten of omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van die rechters kan worden afgeleid. Die situatie doet zich hier niet voor. Verzoeker heeft kennelijk geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van alle rechters van de rechtbank Gelderland. Dit levert geen grond voor wraking op. De rechters in Nederland worden voor het leven benoemd en staan niet in een hiërarchische verhouding tot collega’s of andere medewerkers dan wel bestuursleden van een rechtbank, juist om hun onafhankelijkheid te waarborgen.
3.4.
Voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar gezien het voorgaande wordt aan dat debat niet toegekomen.
3.5.
De wrakingskamer begrijpt dat het doel van verzoeker is om zijn zaak door een (wrakingskamer van een) andere rechtbank behandeld te krijgen. Daarvoor is het wrakingsmiddel niet bedoeld. Om verder misbruik van het middel van wraking te voorkomen, ziet de wrakingskamer aanleiding om te bepalen dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking in de procedure met zaaknummer C/05/434493/KG RK 24-315 niet meer in behandeling zal worden genomen. Dit om verdere vertraging van de kort geding procedure te voorkomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
  • verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
  • bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de zaak met zaaknummer C/05/434493/KG RK 24-315 niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.P.T. Blokhuis, voorzitter, mr. J.A. van Schagen en mr. S. Boot, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
de griffier de voorzitter
De griffier mr. C.J. Smit is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.