Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 16 april 2024
- de pleitnota van [gezamenlijke eisers]
Rechtbank Gelderland
In deze civiele kortgedingprocedure vorderen gezamenlijke eisers de schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis uit een bodemprocedure, waarin zij hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van €205.000 aan gedaagde. Tevens vorderen zij de opheffing van het loonbeslag op eiser 2 en terugbetaling van ingehouden bedragen.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat vonnissen uitvoerbaar zijn, ook tijdens hoger beroep, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Hoewel gezamenlijke eisers in de bodemprocedure geen verweer hebben gevoerd, weegt het belang van behoud van de bestaande toestand en de onomkeerbare gevolgen van executie, zoals verkoop van de woning waar minderjarige kinderen wonen, zwaarder dan het belang van gedaagde bij spoedige betaling.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke misslag in het vonnis en dat het beslag op de woning gehandhaafd blijft, zodat gedaagde voldoende zekerheid behoudt. Het loonbeslag op eiser 2 wordt opgeheven en gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van de ingehouden bedragen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst tot het hoger beroep is beslist en het loonbeslag op eiser 2 wordt opgeheven met terugbetaling van ingehouden bedragen.