De rechtbank Gelderland behandelde een civiele zaak tussen eiser(s) en Achmea Schadeverzekeringen over vermeende fraude met een als gestolen opgegeven schilderij. Achmea had de opdracht gekregen te bewijzen dat een factuur van 5 oktober 2011 vals was en dat de eiser hiervan op de hoogte was bij de schademelding van een inbraak in 2017.
Achmea voerde aan dat de factuur vals was omdat het bedrijf The Hague Art nooit op het opgegeven adres gevestigd was, de lay-out van de factuur afweek, en de schilder Guy Olivier de factuur niet kende. Een getuige van Achmea verklaarde dat hij contact had gezocht met Guy Olivier, die de factuur en de titels van de schilderijen niet herkende. Achmea concludeerde dat er sprake was van fraude.
De eiser betwistte dit en stelde dat The Hague Art wel degelijk op het adres gevestigd was geweest, dat factuurlay-outs kunnen wijzigen en dat Guy Olivier niet altijd zelf namen aan zijn schilderijen geeft. De rechtbank oordeelde dat Achmea niet voldeed aan de bewijsopdracht. De verklaringen en omstandigheden boden onvoldoende zekerheid dat de factuur vals was of dat er opzettelijk fraude was gepleegd.
De rechtbank wees daarom de vorderingen van Achmea af en veroordeelde beide partijen in hun proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. M.J.P. Heijmans op 10 april 2024.