Uitspraak
1.Procesverloop
23 februari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Betrokkene heeft op 6 januari 2024 een aanvraag ingediend tot beëindiging van de verplichte zorgmachtiging, welke door de geneesheer-directeur op 26 januari 2024 is afgewezen. De officier van justitie heeft vervolgens het verzoekschrift ingediend bij de rechtbank ter beoordeling van deze afwijzing.
Tijdens de mondelinge behandeling op 1 maart 2024 zijn betrokkene, haar curator, en diverse zorgverleners gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig omdat geen nadere toelichting werd gewenst. Uit de medische verklaringen en het getuigenverhoor blijkt dat de gezondheidstoestand van betrokkene nog niet zodanig is verbeterd dat het ernstig nadeel is weggenomen.
Betrokkene betwist de diagnose van psychische stoornis, maar de rechtbank acht de vastgestelde diagnoses van manisch psychotische ontregeling en persoonlijkheidsstoornis nog steeds van toepassing. Er is geen mogelijkheid om de zorg op vrijwillige basis voort te zetten en zonder verplichte zorg zal betrokkene stoppen met behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag onvoldoende gemotiveerd was, maar toch inhoudelijk is beoordeeld. Gezien het ontbreken van verbetering en het blijven voldoen aan de criteria voor verplichte zorg, wijst de rechtbank het verzoek tot tussentijdse beëindiging af. De zorgmachtiging blijft van kracht tot 25 mei 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de verplichte zorg wordt afgewezen en de zorgmachtiging blijft van kracht tot 25 mei 2024.