In deze kortgedingprocedure vorderden de verhuurders ontruiming van de woning en betaling van een aanzienlijke huurachterstand door de huurster. De huurovereenkomst betrof een zelfstandige woonruimte, waarbij de huurster sinds november 2022 meerdere maanden huur niet tijdig had betaald.
De huurster had echter de dag vóór de zitting de volledige huurachterstand voldaan, waardoor de kantonrechter oordeelde dat de omvang van de huurachterstand ten tijde van de zitting nihil was. Dit maakte ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming niet gerechtvaardigd, mede gelet op het woonbelang van de huurster en haar omstandigheden, waaronder het onterecht stopzetten van haar uitkering en haar pogingen tot werkhervatting.
De kantonrechter wees de ontruimingsvordering af, evenals de vordering tot betaling van de resterende huur en de nevenvordering tot ontruimingskosten. Wel werd de huurster veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over de huurachterstand tot de datum van betaling en tot betaling van de proceskosten, aangezien zij pas na aanvang van de procedure tot betaling overging.