Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de conclusie van [gedaagde]
- de antwoordconclusie van [eiser] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert eiser nakoming van een koopovereenkomst van een woning met gedaagde. Eiser stelt dat hij een schriftelijk bod heeft gedaan en dat gedaagde dit heeft aanvaard door ondertekening van een e-mail met bijschriften, waaronder de koopsom. Gedaagde betwist dit en voert tegenbewijs aan.
De rechtbank heeft een handschriftdeskundige onderzoek gelast, dat geen sluitend bewijs leverde dat de handtekening van gedaagde is. Daarnaast zijn getuigen gehoord, waaronder de makelaar van gedaagde, die verklaart dat er geen deal tot stand is gekomen en dat het ongebruikelijk is dat koper zonder makelaar bij verkoper langskomt. De verklaringen van eiser en zijn echtgenote worden vanwege hun beperkte bewijskracht en belangen minder geloofwaardig geacht.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde erin is geslaagd het tegenbewijs te leveren en dat niet is komen vast te staan dat zij de koopovereenkomst heeft ondertekend. Ook is onvoldoende gebleken dat zij de intentie had de woning te verkopen. Het onverwachte bezoek van eiser en zijn langdurige aanwezigheid zonder makelaar maken dat eiser niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op totstandkoming van de koop.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en op 10 april 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot nakoming koopovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ondertekening en totstandkoming.