ECLI:NL:RBGEL:2024:1693

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
27 maart 2024
Zaaknummer
C/05/430608 / HA ZA 24-28
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 706 RvArt. 6:119 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling en buitengerechtelijke incassokosten in civiele bodemzaak

In deze civiele bodemzaak vorderen eiseressen betaling van een bedrag van €100.000, buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelt dat de primaire vordering tot betaling van de werkelijke buitengerechtelijke incassokosten onvoldoende is onderbouwd en wijst deze af. De subsidiaire vordering tot een forfaitair bedrag aan incassokosten wordt wel toegewezen. Daarnaast worden de beslagkosten, bestaande uit explootkosten, griffierecht en salaris advocaat, toegewezen conform artikel 706 Rv Pro.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag, de toegewezen incassokosten, beslagkosten en proceskosten aan de zijde van eiseressen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 29 september 2023 tot volledige betaling.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €100.000, buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/430608 / HA ZA 24-28
Vonnis van 14 februari 2024
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAGE HOEK B.V.,
gevestigd te Herveld, gemeente Overbetuwe,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
A.T.M. VEENS BEHEER B.V.,
gevestigd te Andelst, gemeente Overbetuwe,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
POLYTECH BEHEER B.V.,
gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
eiseressen,
advocaat mr. P.J. van Goor te Wijchen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat er geen althans onvoldoende grondslag is om gedaagde te veroordelen in de werkelijke buitengerechtelijke incassokosten - de ‘Kosten betreffende het innen van de borg’, inclusief advocaat-, deurwaarders- en beslagkosten - zoals primair door eiseressen is gevorderd (€ 11.064,92, ‘te vermeerderen met de nog door eiseressen in deze procedure te maken kosten’). De subsidiair door eiseressen gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn wel toewijsbaar (€ 1.775,00). Het meerdere is niet toewijsbaar, behoudens het volgende.
2.3.
Eiseressen vorderen gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten (deurwaarderskosten), ter grootte van € 1.093,58. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar, voor zover deze ziet op explootkosten. Daarnaast is op grond van genoemd artikel een bedrag voor griffierecht en salaris advocaat toewijsbaar.
De beslagkosten worden begroot op:
- exploten € 637,77 (€ 255,13 + € 305,46 + € 77,18)
- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat €
1.929,00(1,0 punt × tarief € 1.929,00)
Totaal € 3.242,77.
2.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseressen worden begroot op:
- dagvaarding € 107,32
- griffierecht € 5.941,00 (€ 6.617,00 minus € 676,00)
- salaris advocaat €
1.929,00(1,0 punt × tarief € 1.929,00)
Totaal € 7.977,32.
2.5.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseressen te betalen een bedrag van € 100.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 29 september 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseressen te betalen een bedrag van € 1.775,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 29 september 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseressen te betalen een bedrag van € 3.242,77 aan beslagkosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op € 7.977,32,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.