ECLI:NL:RBGEL:2024:1621
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij amfetamineproductie
De rechtbank Gelderland behandelde op 5 maart 2024 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van het vervaardigen van circa 160 liter amfetamine(olie).
De officier van justitie vorderde een bedrag van €143.113,-, primair gebaseerd op een ponden-ponds verdeling onder vijf betrokkenen en subsidiair een aandeel van 20% van de opbrengst. De verdediging stelde zich op het standpunt dat de vordering moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak in de hoofdzaak en het ontbreken van genoten voordeel.
De rechtbank concludeerde dat uit de bewezenverklaarde feiten geen voordeel kon worden vastgesteld omdat de amfetamine(olie) nog niet was verkocht. Uit aanvullende feiten en EncroChat-berichten bleek dat een deel van de amfetamine(olie) was meegenomen door een ander, zonder dat veroordeelde daar financieel voordeel van had genoten.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij een van de rechters niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens het ontbreken van vastgesteld voordeel.