AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Proceskostencompensatie in civiele procedure na eisvermindering tot nihil
In deze civiele procedure bij de rechtbank Gelderland te Arnhem was sprake van een geschil tussen eiseres en gedaagde, waarbij de zaak in reconventie was verwezen naar een andere civiele kamer. Op de roldatum van 16 februari 2024 heeft gedaagde zijn eis verminderd tot nihil, waardoor enkel nog de proceskostenbeslissing resteerde.
Eiseres vorderde dat gedaagde in de proceskosten zou worden veroordeeld. Omdat gedaagde zich niet had uitgelaten over de reden van eisvermindering, werd hij als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd en op grond van artikel 237 RvPro veroordeeld in de proceskosten. Echter, gezien de (voorheen affectieve) relatie tussen partijen, besloot de rechtbank de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Het vonnis werd op 6 maart 2024 door rechter R.D. Leen in het openbaar uitgesproken. Hiermee werd een billijke oplossing gekozen die rekening houdt met de bijzondere relatie tussen partijen.
Uitkomst: De rechtbank compenseert de proceskosten, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/425096 / HA ZA 23-416
Vonnis van 6 maart 2024
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats 1] ,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. H. van Straten te Tiel,
tegen
[gedaagde],
te in de [Plaats 2] ,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. A. van Weverwijk te Geldermalsen.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verwijzingsvonnis van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem van 13 september 2023 waarin op de conventionele vorderingen van [eiseres] is beslist en de zaak in reconventie is verwezen;
het tussenvonnis van 6 december 2023 waarin een mondelinge behandeling is bevolen aangaande de reconventionele vorderingen van [gedaagde] ;
de akte uitlaten houdende eisvermindering tot nihil van [gedaagde] van 16 februari 2024;
de antwoordakte van [eiseres] van 16 februari 2024; en
de akte uitlaten antwoordakte van [gedaagde] van 16 februari 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De beoordeling
2.1.
De kantonrechter heeft de zaak in reconventie verwezen naar de andere civiele kamer dan die voor kantonzaken. Op de roldatum van 16 februari 2024 heeft [gedaagde] zijn eis verminderd tot nihil. Er dient enkel nog op de proceskosten te worden beslist. In dat verband geldt het volgende.
2.2.
[eiseres] vordert een veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Over de aanleiding voor het verminderen van zijn eis heeft [gedaagde] zich niet uitgelaten. [gedaagde] dient om die reden te worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij. De in het ongelijk gestelde partij wordt op basis van de hoofdregel van artikel 237 RvPro in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank ziet – evenals de kantonrechter – aanleiding in de (voorheen affectieve) relatie tussen partijen om de proceskosten te compenseren in de zin dat ieder van de partijen zijn eigen kosten draagt.
3.De beslissing
De rechtbank
in reconventie
3.1.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.D. Leen, de en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.