ECLI:NL:RBGEL:2024:1380
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen vervaardiging amfetamineolie met afwijzing ontnemingsvordering
De rechtbank Gelderland heeft op 5 maart 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het vervaardigen van circa 160 liter amfetamineolie en voorbereidingshandelingen daarvoor. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uur.
De officier van justitie vorderde daarnaast ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €143.113,-, dan wel een lager bedrag op basis van een aandeel in de opbrengst. De rechtbank heeft deze vordering beoordeeld aan de hand van artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht en concludeerde dat verdachte geen voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten, omdat de amfetamineolie nog niet was verkocht.
Ook uit andere feiten bleek niet aannemelijk dat verdachte voordeel had genoten; verklaringen en communicatie via EncroChat toonden aan dat opbrengsten nog niet waren verdeeld en dat eerst investeerders moesten worden terugbetaald. Er was geen aanwijzing voor onverklaarbaar vermogen. Daarom wees de rechtbank de ontnemingsvordering af.
De straf is opgelegd met inachtneming van een forse overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk, en 240 uur taakstraf; ontnemingsvordering afgewezen.