ECLI:NL:RBGEL:2024:114
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis: geen schadevergoeding voor abonneespeler staatsloterij
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin een abonneespeler van de Staatsloterij schadevergoeding vorderde wegens misleidende mededelingen over winkansen en prijzen. De speler had van 2000 tot 2007 deelgenomen aan de loterij. Staatsloterij stelde dat de vorderingen niet ontvankelijk waren en dat geen causaal verband bestond tussen de misleidende mededelingen en het aankoopgedrag van de speler.
De kantonrechter overwoog dat Staatsloterij onrechtmatige mededelingen had gedaan, maar dat de speler onvoldoende had gesteld en bewezen dat hij daardoor was misleid en zijn loten anders zou hebben gekocht. De primaire grondslag van dwaling faalde omdat het causaal verband ontbrak. Andere grondslagen zoals nietigheid en bedrog werden niet nader onderbouwd door de speler en verworpen.
Het verzet van Staatsloterij werd gegrond verklaard, het verstekvonnis bevestigd en de vorderingen van de speler afgewezen. De speler werd veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventionele vordering van Staatsloterij werd niet behandeld omdat de primaire vordering van de speler niet was toegewezen. Staatsloterij werd veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartij.
Uitkomst: Het verzet van Staatsloterij wordt gegrond verklaard en de vorderingen van de abonneespeler worden afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.