ECLI:NL:RBGEL:2024:1089

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
10908570
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 RvArt. 7:686a lid 2 BWVerordening (EU) Nr. 1215/2012Verordening (EG) Nr. 593/2008 (Rome I)
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedure voortgezet volgens dagvaardingsregels na onjuiste indiening verzoekschrift arbeidsongeval

De zaak betreft een vordering van eiseres tegen C & E Uitzendbureau B.V. in verband met een arbeidsongeval. Eiseres heeft de procedure onjuist ingeleid via een verzoekschrift, terwijl de vordering volgens de wet via dagvaarding moet worden ingesteld.

De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is, omdat de arbeid in Nederland werd verricht. De procedure wordt daarom voortgezet volgens de dagvaardingsregels, en eiseres wordt opgedragen om C & E Uitzendbureau B.V. tijdig te dagvaarden.

De kantonrechter bepaalt dat de dagvaarding uiterlijk voor de rolzitting van 3 april 2024 moet worden ingediend en houdt verdere beslissing aan. De beschikking is op 16 februari 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Procedure wordt voortgezet volgens dagvaardingsregels en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 10908570 \ AZ VERZ 24-3
Beschikking van 16 februari 2024
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats] ( [land] ),
verzoekende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: M.L. Donev,
tegen
C & E UITZENDBUREAU B.V.,
te Kerkdriel ,
verwerende partij,
hierna te noemen: C & E Uitzendbureau B.V. ,

1.De procedure

[eiseres] heeft op 26 januari 2024 een verzoekschrift ingediend strekkende tot veroordeling van C & E Uitzendbureau tot betaling van een vergoeding in verband met een arbeidsongeval en betaling van de proceskosten.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter constateert dat de zaak een internationaal karakter draagt, aangezien [eiseres] niet in Nederland woonachtig is. De kantonrechter moet daarom ambtshalve vaststellen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is. De verwerende partij heeft haar woonplaats in Nederland. Nederland is lidstaat van de Europese Unie. Op grond van de EEX Verordening (EU) Nr. 1215/2012 wordt de verwerende partij in beginsel opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waarin zij woont. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat de Nederlandse rechter in dit geval rechtsmacht heeft. Gelet op de woonplaats van de verwerende partij is de Rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem bevoegd van de vordering kennis te nemen.
Niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt. Er is sprake van een internationale individuele arbeidsovereenkomst waarop artikel 8 van Pro de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) van toepassing is. Daarin is bepaald dat de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk haar arbeid verricht. Aangezien [eiseres] haar arbeid in Nederland verrichtte is in dit geval Nederlands recht van toepassing.
2.2.
De vordering ziet op een arbeidsongeval. De arbeidsovereenkomst en het daarop betrekking hebbende recht is geregeld in titel 10 van boek 7 BW. Op grond van artikel 7:686a lid 2 BW moeten gedingen die op het in, bij of krachtens afdeling 9 van titel 10 van boek 7 BW zijn gebaseerd, worden ingeleid met een verzoekschrift. Afdeling 9 van titel 10 van boek 7 BW gaat over het einde van de arbeidsovereenkomst. Aangezien de vorderingen van [eiseres] niet op deze afdeling zijn gebaseerd, had [eiseres] haar vorderingen bij dagvaarding aanhangig moeten maken.
2.3.
[eiseres] heeft de procedure ingeleid met een verzoekschrift. Gezien het voorgaande zal de kantonrechter op grond van het bepaalde in artikel 69 Rv Pro bevelen dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.
2.4.
De kantonrechter wijst erop dat [eiseres] er zelf voor moet zorgen dat
C & E Uitzendbureau B.V. tijdig wordt gedagvaard door een deurwaarder en de dagvaarding tijdig bij de rechtbank dient te worden aangebracht.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
beveelt dat de procedure bij deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
3.2.
bepaalt dat [eiseres] C& E Uitzendbureau kan laten dagvaarden voor de rolzitting van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem van
3 april 2024;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op
16 februari 2024.
520 \ 918