Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoekster] ,
1.De procedure
- het e-mailbericht van 7 februari 2024 van mr. Y. Cenik met bijlagen;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Verzoekster heeft een schuld van €66.657,50 en bood haar schuldeisers een schuldregeling aan waarbij zij in één keer €1.216,36 zou uitbetalen met een saneringskrediet van Kredietbank Nederland. Zes van zeven schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, verweerder, weigerde omdat hij van mening is dat het aanbod niet het maximaal haalbare is, mede vanwege onduidelijkheid over een nalatenschap.
De rechtbank overwoog dat een schuldeiser alleen gedwongen kan worden tot instemming als diens weigering onredelijk is. De aangeboden schuldregeling is gebaseerd op een minimale afloscapaciteit van €39 per maand, terwijl uit het dossier blijkt dat de werkelijke afloscapaciteit vanaf december 2023 €91,38 bedraagt. Tevens is onduidelijk of verzoekster blijvend arbeidsongeschikt zal zijn en zullen de inkomsten van haar partner wijzigen, wat de afloscapaciteit beïnvloedt.
De schuldhulpverlener weigert een nieuw hoger aanbod te doen vanwege wisselende inkomsten en de verwachting dat verweerder toch niet akkoord zal gaan. De rechtbank vindt dat het verstrekken van het saneringskrediet het zicht op een hogere afloscapaciteit en mogelijke baten ontnemen. Daarom kan niet worden gezegd dat verweerder in redelijkheid met het huidige aanbod moet instemmen.
Het verzoek wordt afgewezen en op het schuldsaneringsverzoek zal bij afzonderlijk vonnis worden beslist.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek af omdat het aangeboden dwangakkoord niet het maximaal haalbare is en de schuldeiser in redelijkheid mag weigeren.