Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2023
[Eiser A] , uit [plaats B] , eiser
Maatschap [C], uit [plaats D] (vergunninghouder).
Rechtbank Gelderland
Eiser maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning die aan vergunninghouder was verleend voor het bouwen van een geitenstal. De milieuvergunning was reeds verleend in 2009, maar de bouwvergunning werd pas later aangevraagd en verleend. Eiser stelde dat vanwege afwijkingen in het ventilatiesysteem ook een omgevingsvergunning milieu had moeten worden verleend, gelet op de onlosmakelijke samenhang tussen bouwen en milieu.
Het college verweerde zich met het overgangsrecht uit artikel 1.2a van de Invoeringswet Wabo, dat bepaalt dat de onlosmakelijke samenhang uit artikel 2.7 Wabo niet van toepassing is als een milieuvergunning onder het oude recht onherroepelijk is maar nog niet in werking is getreden omdat de bouwvergunning nog niet was verleend. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de onlosmakelijke samenhang niet geldt in deze situatie.
De rechtbank overwoog dat afwijkingen in de uitvoering van de bouwvergunning kunnen worden beoordeeld in het kader van handhaving, maar dat het beroep van eiser op dit punt niet slaagt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de geitenstal wordt ongegrond verklaard.