Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:835

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
21 februari 2023
Zaaknummer
C/05/402807 / ES RK 22-125
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:30 lid 2 BWArt. 10:56 lid 1 BWArtikel 3 EG Verordening 2201/2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van huwelijk met islamitische en burgerlijke aspecten

De vrouw heeft bij de rechtbank Gelderland een verzoek tot echtscheiding ingediend van een huwelijk dat op het Consulaat-generaal van Afghanistan in Den Haag is gesloten. Zij stelt dat het huwelijk uitsluitend volgens islamitisch recht is gesloten, maar de rechtbank gaat ervan uit dat ook een burgerlijk huwelijk is gesloten, omdat in de vertaling van de huwelijksakte sprake is van wettelijke echtgenoten.

De rechtbank baseert zich op artikel 1:30 lid 2 BW Pro, dat bepaalt dat het huwelijk in Nederland alleen in zijn burgerlijke betrekkingen wordt erkend. Daarom kan een uitsluitend islamitisch huwelijk niet worden ontbonden door een Nederlandse rechter. De huwelijksdatum wordt vastgesteld op basis van de vertaling van de huwelijksakte en een verklaring van het consulaat.

De man is sinds 2011 vertrokken uit Nederland en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank gaat ervan uit dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. Het verzoek tot verdeling van de gemeenschap van goederen wordt afgewezen omdat de nationaliteit van de man onbekend is en het toepasselijke huwelijksvermogensrecht niet kan worden vastgesteld. Ook is er geen contact tussen partijen, waardoor verdeling niet realistisch is.

De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en wijst het overige verzoek af. De beschikking is op 3 februari 2023 in Arnhem uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en wijst het verzoek tot verdeling van de gemeenschap van goederen af.

Uitspraak

beschikking
C/05/402807 ES RK 22-125
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/402807 / ES RK 22-125
Datum uitspraak: 3 februari 2023
beschikking echtscheiding
in de zaak van
[verzoekster](nader te noemen: de vrouw),
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. J.J. van Vliet te [woonplaats] ,
tegen
[verweerder](nader te noemen: de man),
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit verloop blijkt uit:
het exploit van betekening van 6 april 2022;
de oproeping aan de man, gepubliceerd in de Staatscourant van 11 april 2022 nummer 10323;
het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 19 april 2022;
nogmaals het verzoekschrift, ingekomen op 28 april 2022;
de mail namens de vrouw, ingekomen op 9 augustus 2022;
het F9-formulier namens de vrouw, ingekomen op 4 november 2022.
1.2.
De man is in deze procedure niet verschenen en ook niet iemand namens hem.

2.De feiten

2.1.
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft een onbekende nationaliteit.
2.2.
Partijen zijn op [datum 1] op het Consulaat-generaal van de Islamitische Republiek Afghanistan in Den Haag een huwelijk met elkaar aangegaan.
2.3.
In de Basisregistratie Personen (BRP) is opgenomen dat partijen op [datum 2] een huwelijk hebben gesloten.
2.4.
Uit een afschrift uit de BRP volgt dat de man op 7 juni 2011 met onbekende bestemming uit Nederland is vertrokken.

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking:
tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
partijen te bevelen met elkaar over te gaan tot verdeling van de gemeenschap, waarin zij met elkaar zijn gehuwd, met benoeming van een notaris en onzijdige personen als volgens de wet.

4.De beoordeling

echtscheiding
4.1.
Op grond van artikel 3 van Pro EG Verordening 2201/2003 van 27 november 2003 komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe van het verzoek tot echtscheiding, omdat de vrouw tenminste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan haar verzoek in Nederland woont.
4.2.
Artikel 10:56 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt of naar Nederlands recht de ontbinding van het huwelijk kan worden uitgesproken en op welke gronden.
4.3.
De vrouw stelt dat zij alleen volgens islamitisch recht is gehuwd. Zij heeft een vertaling van de huwelijksakte van het Consulaat-generaal van de Islamitische Republiek Afghanistan in Den Haag overgelegd. De vrouw stelt dat zij nooit naar Nederlands recht is gehuwd, maar dat het huwelijk van partijen wel gemeld is aan het consulaat van Afghanistan. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken van het naar islamitisch recht gesloten huwelijk van partijen. De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw stelt verder dat de man de vrouw in 2012 heeft verlaten en naar Afghanistan is vertrokken. Zij heeft de man sindsdien niet meer gezien.
4.4.
Anders dan de vrouw gaat de rechtbank ervan uit dat tussen partijen (ook) een wettelijk huwelijk is gesloten. Dit is van groot belang, omdat artikel 1:30 lid 2 BW Pro bepaalt dat de Nederlandse wet het huwelijk alleen in zijn burgerlijke betrekkingen beschouwt. Een uitsluitend naar islamitisch recht gesloten huwelijk is naar Nederlands recht geen wettelijk huwelijk en kan daardoor niet door een Nederlandse rechter worden ontbonden.
De rechtbank komt tot deze conclusie, omdat in de vertaling van de huwelijksakte is opgenomen dat partijen elkaars wettelijke echtgenoten zijn geworden. De rechtbank begrijpt hieruit dat er een burgerlijk huwelijk is gesloten dat in beginsel kan worden ontbonden.
4.5.
Uit de vertaling van de huwelijksakte blijkt verder dat partijen op [datum 1] zijn gehuwd. Uit de BRP volgt echter dat partijen op [datum 2] zijn gehuwd. De rechtbank heeft de (advocaat van de) vrouw om opheldering gevraagd over de huwelijksdata op de huwelijksakte en de BRP die niet overeenstemmen. Daarop heeft de advocaat namens de vrouw laten weten dat zij stelt eenmaal gehuwd te zijn en wel op [datum 1] . De datum genoemd in het BRP van [datum 2] is de vrouw onbekend. Vervolgens is de vrouw nogmaals om verduidelijking verzocht over de niet overeenstemmende huwelijksdata. Daarop heeft de advocaat van de vrouw laten weten, in afwijking van wat eerder is toegelicht, dat de juiste huwelijksdatum van partijen [datum 2] is, omdat het Afghaanse consulaat dit heeft verklaard in de huwelijksakte.
4.6.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde huwelijksakte maakt de rechtbank op dat partijen op [datum 1] op het Consulaat-generaal van de Islamitische Republiek Afghanistan te Den Haag zijn gehuwd. Als bijlage bij de huwelijksakte zit een
Declarationwaarin door het Consulaat-generaal te Amsterdam op [datum 2] is bevestigd dat het huwelijk van partijen is gesloten. Deze
Declarationis op 26 januari 2006 gelegaliseerd namens de minister voor Buitenlandse Zaken. De rechtbank maakt hieruit op dat het huwelijk van partijen op [datum 1] is gesloten, en dat de
Declarationof bevestiging van het gesloten huwelijk op [datum 2] is opgemaakt. Voor de huwelijksdatum zoekt de rechtbank daarom aansluiting bij de datum van [datum 1] , zoals die uit de vertaling van de huwelijksakte blijkt.
4.7.
Nu de man geen verweer heeft gevoerd, gaat de rechtbank ervan uit dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht, en is het verzoek tot echtscheiding voor toewijzing vatbaar.
Bevel verdeling
4.8.
De vrouw heeft de rechtbank voorts verzocht te bepalen dat partijen met elkaar overgaan tot verdeling van de gemeenschap, waarin zij zijn gehuwd.
4.9.
De rechtbank overweegt hierover als volgt. De vrouw heeft zich niet uitgelaten over het toepasselijke huwelijksvermogensregime. De rechtbank kan niet vaststellen welk recht van toepassing is op dit verzoek, onder meer omdat de nationaliteit van de man onduidelijk is. De vrouw stelt dat de man de Afghaanse nationaliteit heeft, maar volgens de BRP heeft de man een onbekende nationaliteit. Verdere gegevens over onder meer rechtskeuze voor of tijdens het huwelijk en de eerste huwelijksdomicilie ontbreken. De rechtbank kan daardoor ook niet vaststellen of er sprake is van een huwelijkse gemeenschap van goederen, die partijen dienen te verdelen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen. Ook overigens lijkt de vrouw geen belang te hebben bij haar verzoek, omdat zij al geruime tijd geen contact heeft met de man. Bij toewijzen van het verzoek van de vrouw is, bij gebrek aan contact tussen partijen, niet de verwachting dat zij met elkaar zullen overgaan tot verdeling van de gemeenschap, voor zover die tussen partijen bestaat.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen de partijen, die met elkaar gehuwd zijn op [datum 1] te Den Haag, in de Basisregistratie Personen opgenomen als huwelijk gesloten op [datum 2] ,
5.2.
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Bruin, rechter, in tegenwoordigheid van F. Wolters als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.