Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
1.De procedure
2.Het verzoek
geenhoger beroep heeft ingesteld.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een handgeschreven brief in bij de rechtbank Gelderland, waarin op pagina 2 duidelijk het woord 'wrakingsverzoek' stond en op pagina 1 ook de term 'hoger beroep' werd genoemd. De brief bevatte aanwijzingen dat verzoeker het niet eens was met de beschikking van 19 december 2022, waarbij een bewindvoerder was benoemd over zijn goederen.
De rechtbank interpreteerde de brief als een wrakingsverzoek tegen de rechter die de beschikking had gegeven. Echter, de wet staat niet toe dat een rechter wordt gewraakt nadat hij in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding tot een mondelinge behandeling van het verzoek, omdat het verzoek niet toegewezen kon worden. De beslissing werd op 15 februari 2023 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit drie rechters en de griffier. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking na een einduitspraak niet mogelijk is.