Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
[naam slachtoffer] opzettelijk
door die [naam slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een of meerdere keren in het hoofd en/of het gelaat en/of de hals en/of de nek en/of de borstkas en/of de schouders en/of de armen te steken/snijden;
3.De bewezenverklaring
[naam slachtoffer] opzettelijk
door die [naam slachtoffer] met een mes,
althans een scherp en/of puntig voorwerp, een ofmeerdere keren in het hoofd en
/ofhet gelaat en
/ofde hals en
/ofde nek en
/ofde borstkas en
/ofde schouders en
/ofde armen te steken/snijden.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
benadeelde [naam moeder slachtoffer], de moeder van het slachtoffer, op grond van artikel 6:108, vierde lid, aanhef en onder c, van het BW tot de kring van gerechtigden behoort en als zodanig recht heeft op vergoeding van affectieschade.
benadeelde [naam vriend moeder slachtoffer]heeft affectieschade gevorderd. Ter zitting heeft zijn advocaat de relatie van benadeelde met het slachtoffer desgevraagd geduid als vallend onder naaste in de zin van artikel 6:108, vierde lid, onder g, BW, de zogeheten hardheidsclausule. Deze hardheidsclausule biedt in
zeer uitzonderlijke gevallenrecht op vergoeding van affectieschade aan een persoon die niet tot de ‘vaste kring’ van gerechtigden behoort. Belangrijke factoren zijn onder meer de aard, de hechtheid en de duur van de relatie met de overledenen. Voorbeelden uit de jurisprudentie zijn onder andere een relatie van broers of zussen die langdurig samen hebben gewoond en voor elkaar zorgden of langdurige hechte LAT-relaties.
benadeelden [naam moeder slachtoffer] en [naam vriend moeder slachtoffer]schokschade gevorderd.
benadeelde [naam moeder slachtoffer]als moeder tot aan de dag van de dood van [naam slachtoffer] intensief contact met hem onderhield en zeer betrokken was bij hem. Gelet op de nauwe relatie van moeder en de heftigheid van de confrontatie, acht de rechtbank - ook zonder medische onderbouwing over de impact van de confrontatie op haar psychische gesteldheid - voldoende aannemelijk dat deze confrontatie geestelijk letsel in de zin van schokschade bij haar heeft veroorzaakt.
benadeelde [naam vriend moeder slachtoffer]sprake is van PTSS en dat gelet op de lange aanwezigheid van de problemen, zich ook een depressie bij hem heeft ontwikkeld. Gezien de beschreven confrontatie in combinatie met deze medische informatie en de aard van de relatie tussen [naam vriend moeder slachtoffer] en het slachtoffer zoals door [naam vriend moeder slachtoffer] zelf omschreven, stelt de rechtbank vast dat een vergoeding voor schokschade toewijsbaar is. Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding overweegt de rechtbank als volgt.
9.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
(v.i. nummer 99.000566.36)
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
10 (tien) jaren;
.-nummer 99.000566.36
).