Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:7211

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
10826114 \ VV EXPL 23-171
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering en salarisspecificaties in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van achterstallig loon en verstrekking van salarisspecificaties van gedaagde. De dagvaarding is op correcte wijze betekend, maar gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst het loon over de maanden augustus tot en met november 2023 toe, met een bruto bedrag van € 4.533,69 per maand inclusief bijtelling auto. Het loon over december 2023 wordt niet toegewezen omdat dit nog niet verschuldigd is. Tevens wordt de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente over het toegewezen loon toegewezen.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld om binnen zeven dagen de salarisspecificaties over de periode juli 2022 tot en met november 2023 en de arbeidsovereenkomst te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 2.500.

Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht en salaris gemachtigde, en de na dit vonnis ontstane kosten. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging en verstrekking van salarisspecificaties met dwangsom.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 10826114 \ VV EXPL 23-171 \ 693\415
uitspraak van
vonnis in kort geding
in de zaak van
[eiser]
wonende te [woonplaats eiser]
eisende partij
gemachtigde mr. P.A. van der Waal
procederende krachtens toevoegingsnummer 4PV2069
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats gedaagde]
gedaagde partij
niet verschenen
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 december 2023 met producties 1 tot en met 6
- het e-mailbericht van de gemachtigde van [eiser] van 13 december 2023 met producties 7 tot en met 9.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad op 14 december 2023.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald

2.De beoordeling

2.1.
Het spoedeisend belang van de vordering vloeit voort uit de aard van de vordering en de stellingen van [eiser] .
2.2.
[eiser] heeft de veroordeling gevorderd van [gedaagde] , overeenkomstig de – aan dit vonnis gehechte en daarvan deel uitmakende – dagvaarding, op de gronden als in de dagvaarding vermeld.
2.3.
De dagvaarding is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend aan het adres van [gedaagde] . Zij is niet verschenen in deze procedure, zodat tegen haar verstek wordt verleend.
2.4.
De vordering zal, nu deze niet is weersproken en deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter het loon (inclusief bijtelling van de auto) over de maand december 2023 niet kan toewijzen, nu dit nog niet verschuldigd is. Dit geldt eveneens voor de gevorderde salarisspecificatie voor de maand december 2023. Voor wat betreft het loon (inclusief de bijtelling) voor de maanden augustus 2023 tot en met november 2023 wijst de kantonrechter een bedrag van € 4.533,69 bruto per maand toe. De gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Pro Wetboek wordt toegewezen, zoals hierna bepaald. Dit geldt eveneens over de gevorderde wettelijke rente over het loon (inclusief de bijtelling). De door [eiser] gevorderde dwangsom wordt toegewezen en gemaximeerd zoals hierna bepaald.
2.5.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de exploot- en/of advertentiekosten aan de griffier niet mogelijk. De gevorderde nakosten worden toegewezen tot een half salarispunt van het toegewezen salaris met een maximum van € 132,00

3.De beslissing

De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt[gedaagde] om binnen 7 dagen na dagtekening van dit vonnis aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 18.134,76 bruto (4 maal € 4.533,69), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling, met de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het verschuldigde maandelijkse salaris vanaf december 2023 zolang de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt en niet rechtsgeldig beëindigd is;
3.2.
veroordeelt[gedaagde] om binnen 7 dagen na dagtekening van dit vonnis aan [eiser] te voldoen de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro over € 18.134,76 bruto;
3.3.
veroordeelt[gedaagde] om binnen 7 dagen na dagtekening van dit vonnis aan [eiser] te verstrekken de salarisspecificaties over de periode juli 2022 tot en met november 2023 en de tussen partijen getekende arbeidsovereenkomst, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij in gebreke blijft hieraan te voldoen, met een maximum van € 2.500,00;
3.4.
veroordeelt[gedaagde] in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 615,00 in totaal – welk bedrag bestaat uit € 86,00 aan griffierecht en € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.5.
veroordeelt[gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.6.
verklaartdeze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijsthet meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op