ECLI:NL:RBGEL:2023:7165
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens gebrek aan bewijs wederrechtelijk voordeel
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat van €301.371,42, gerelateerd aan een hennepkwekerij in een door de veroordeelde gehuurd pand.
Tijdens de openbare terechtzitting heeft de verdediging betoogd dat de veroordeelde niet betrokken was bij de kwekerij. De rechtbank heeft het vonnis van 12 januari 2024 in de strafzaak betrokken, waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.
De rechtbank oordeelt echter dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Het bewijs toont slechts aan dat de veroordeelde de sleutel van het gehuurde pand heeft afgegeven waar de kwekerij werd aangetroffen. Daarom wijst de rechtbank de ontnemingsvordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk voordeel.