ECLI:NL:RBGEL:2023:6447
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en de veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat. Het geschatte voordeel bedroeg €400.000,-. Kort voor de zitting gaf de officier van justitie aan de vordering te willen afwijzen.
Tijdens de openbare terechtzitting op 21 november 2023 verzocht de officier van justitie formeel om afwijzing van de vordering. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vordering tot ontneming, vanwege de reeds uitgesproken niet-ontvankelijkheid in de strafvervolging in de hoofdzaak en subsidiair de gevraagde vrijspraak.
De rechtbank overwoog dat de niet-ontvankelijkheid in de strafvervolging in de hoofdzaak ook de vordering tot ontneming uitsluit. Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.