ECLI:NL:RBGEL:2023:6442
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overschrijding redelijke termijn in valsheid in geschrifte zaak
De rechtbank Gelderland behandelde een strafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van valsheid in geschrifte en het gebruik van valse gezondheidsverklaringen in de periode 2011-2013. De officier van justitie vorderde een geldboete van €85.000,-, terwijl de verdediging primair de niet-ontvankelijkheid bepleitte.
De rechtbank overwoog dat het dossier oorspronkelijk een omvangrijke beschuldiging van arbeidsuitbuiting betrof, welke in 2018 werd geseponeerd. De uiteindelijke tenlastelegging betrof slechts een relatief klein onderdeel hiervan. Door het grote tijdsverloop tussen de feiten en de dagvaarding in 2022, en het geringe belang van de beschuldiging, achtte de rechtbank het onredelijk dat het Openbaar Ministerie nog tot dagvaarden overging.
De rechtbank concludeerde dat geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie in 2022 tot dagvaarden had kunnen besluiten en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Hiermee werd de strafzaak beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de schuldvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn.