De vader verzocht om een voorlopige voorziening waarbij hij wekelijks of tweewekelijks contact met zijn kinderen zou krijgen. Hij heeft de kinderen echter bijna een jaar niet regelmatig gezien, waardoor de rechtbank oordeelde dat een spoedige hervatting van het contact niet zonder meer mogelijk is en een zorgvuldige afweging in de bodemprocedure vereist is.
Daarnaast is overeengekomen en door de rechtbank vastgelegd dat de vader met ingang van 1 januari 2022 geen kinderalimentatie meer hoeft te betalen, waarbij reeds betaalde bedragen niet hoeven te worden teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot voorlopige voorziening en bepaalde dat de zorg- en informatieregeling in de bodemprocedure zal worden behandeld. De beslissing werd uitgesproken door kinderrechter E.L. de Jongh op 27 november 2023.