Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:6131

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
C/05/426027 / KG RK 23-785
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in civiele schadevergoedingsprocedure

Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, in een civiele schadevergoedingsprocedure. Zij stelden dat de rechterlijke onpartijdigheid door bepaalde procesbeslissingen en de bewoordingen in een tussenvonnis was geschaad, en dat er sprake was van een schending van het recht op een eerlijk proces en equality of arms.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. De kamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid. Procesbeslissingen zelf zijn niet geschikt als wrakingsgrond, tenzij deze zo onbegrijpelijk zijn dat ze objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.

De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden niet aan deze hoge drempel voldoen. Er was geen sprake van de schijn van partijdigheid of vooringenomenheid jegens verzoekers. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

De beslissing werd op 6 november 2023 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter J.M. Graat en leden M.A. van Leeuwen en M.J.M. Verhoeven.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/426027 / KG RK 23-785
Beslissing van 6 november 2023
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
de rechtspersoon [verzoekster]
gevestigd te [vestigingsplaats]
en
[verzoeker 2],
wonende te [adres]
advocaat mr. J.J.M. Cliteur
hierna te noemen: verzoekers,
strekkende tot de wraking van
mr. G.J. Meijer, mr. F.M.T. Quaadvliet en mr. G. F. van den Berg,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het schriftelijke wrakingsverzoek van 6 oktober 2023;
  • de schriftelijke reactie van de rechters, ontvangen op 13 oktober 2023.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
  • [verzoeker 2] advocaat mr. J.J.M. Cliteur;
  • [naam 1], belanghebbende, met mr. M.C.A. Geerts.
De rechters hebben laten weten niet te zullen verschijnen.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de zaak
met nummer C/05/412571/ HA ZA 22-536 tussen verzoekers enerzijds en mevrouw [… 1], de heer [… 2], [… 3] de heer [… 4], de heer [… 5] en de heer [naam 1] (verder: gedaagden) anderzijds. Verzoekers hebben onder bovengenoemd zaaknummer, zoals zij zelf aangeven, een schadevergoedingsprocedure aanhangig gemaakt. Op 4 oktober 2023 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen.
2.2
Verzoekers hebben blijkens het schriftelijke verzoek samengevat het volgende aan hun verzoek ten grondslag gelegd:
Als gevolg van (onder meer) de rechtsoverweging 6.23 van het tussenvonnis van 4 oktober 2023 is er sprake van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (artikel 36 Rv Pro.) Er is geen sprake van een fair trial noch van equality of arms (vergelijk artikel 6 EVRM Pro), mede nu enerzijds gedaagden niet worden afgerekend op het achterhouden van het strafdossier, en anderzijds aan verzoekers wordt verboden om zelf het strafdossier over te leggen zodra zij daarover komen te beschikken. Bovendien wordt aan het verbod mede ten grondslag gelegd dat verzoekers het strafdossier eerder hadden kunnen inbrengen, terwijl verzoekers nu juist hebben aangegeven dat zij nog niet over het strafdossier beschikken.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben verzoekers, in reactie op datgeen wat de rechters schriftelijk naar voren hebben gebracht, nog toegelicht dat het niet alleen gaat om de in het vonnis gekozen bewoordingen, maar (ook) om datgene wat de rechters met deze beslissing laten zien of blijken.
2.4
De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten en hebben op het verzoek schriftelijk gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2
De beslissingen van de rechtbank dat het niet op de weg van gedaagden ligt om het strafdossier in het geding te brengen en om verzoekers niet alsnog in de gelegenheid te stellen het strafdossier op een later moment in het geding te brengen, zijn procesbeslissingen. De wrakingskamer treedt niet in de beoordeling van rechterlijke beslissingen. De juistheid van de rechterlijke beslissing kan alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Een procesbeslissing kan enkel een grond voor wraking opleveren als die beslissing zozeer onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de vrees dat de rechter partijdig is dan wel jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is.
De door verzoekers aangevoerde omstandigheden halen deze hoge drempel niet. Uit de gekozen bewoordingen van de rechtbank ter motivering van de beslissingen in het tussenvonnis, maar ook anderszins, blijkt niet van (de schijn van) partijdigheid dan wel vooringenomenheid van de rechters jegens verzoekers.
3.3.
De slotsom is dat het verzoek tot wraking wordt afgewezen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. M.A. van Leeuwen en mr. M.J.M. Verhoeven, leden in tegenwoordigheid van de griffier [naam 2] en in openbaar uitgesproken op 6 november 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.