ECLI:NL:RBGEL:2023:4885

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 maart 2023
Publicatiedatum
29 augustus 2023
Zaaknummer
C/05/392412 HA ZA 21-432
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over authenticiteit van verkochte kraan en bewijslevering proceskosten

In deze civiele zaak vordert Maryam Ibrahim Cargo Transport by Light Trucks LLC, gevestigd in Dubai, dat Big Machinery B.V. wordt veroordeeld in de proceskosten en erkent dat de verkochte kraan geen originele Tadano is maar een counterfeit. De rechtbank verwijst naar eerdere overwegingen en legt de focus op de vraag of de kraan authentiek is.

Light Trucks heeft bewijsstukken ingediend, waaronder schriftelijke verklaringen van betrokken servicemanagers en e-mailcorrespondentie, die volgens haar aantonen dat de kraan een counterfeit betreft. Big Machinery betwist dit en stelt dat de foto’s die Light Trucks gebruikte voor onderzoek niet van de verkochte kraan zijn, maar van een andere kraan.

De rechtbank geeft Light Trucks de gelegenheid om te reageren op dit nieuwe verweer en verwijst de zaak naar een rolzitting voor nadere akte. Een verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze reactie is ontvangen.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere reactie op het nieuwe verweer over de authenticiteit van de kraan.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/392412 / HA ZA 21-432
Vonnis van 1 maart 2023
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
MARYAM IBRAHIM CARGO TRANSPORT BY LIGHT TRUCKS LLC,
gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten),
eisende partij,
advocaat: mr. I.I. van Tuyll van Serooskerken te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BIG MACHINERY B.V.,
gevestigd te Velddriel, gemeente Maasdriel,
gedaagde partij,
advocaat: mr. R.P.G. Schelvis te Tilburg.
Partijen zullen hierna Light Trucks en Big Machinery worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 november 2022
- de akte inbrengen schriftelijke bewijsstukken tevens houdende eiswijziging
- de antwoordakte inbrengen schriftelijke bewijsstukken tevens houdende antwoordakte wijziging van eis, met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank verwijst naar hetgeen in het tussenvonnis van 16 november 2022 is overwogen. Voor zover Light Trucks thans vraagt om alle stellingen van Big Machinery te heroverwegen en meer in het bijzonder het oordeel van de rechtbank over het moment van het totstandkomen van de koopovereenkomst te heroverwegen, zal daarover later worden geoordeeld.
2.2.
Eerst zal moeten worden beoordeeld of de door Light Trucks van Big Machinery gekochte kraan een originele Tadano is, of een counterfeit.
2.3.
In het tussenvonnis is aan Light Trucks bewijs opgedragen van haar stelling dat de kraan die zij in augustus 2020 van Big Machinery heeft gekocht, met daarop vermeld: Tadano, GT-750E-1-B0102 en een serienummer, geen originele Tadano kraan is, maar een counterfeit.
2.4.
Light Trucks heeft schriftelijk bewijs bijgebracht, te weten:
  • een schriftelijke verklaring van 12 december 2022 van [betrokkene 1] , general manager van [bedrijf 1] ,
  • een schriftelijke verklaring van 16 augustus 2022 van [betrokkene 2] , servicemanager van [bedrijf 2] ,
  • een schriftelijke verklaring van 6 december 2022 van [betrokkene 3] , servicemanager van [bedrijf 3] ,
  • stukken van de hand van [betrokkene 4] , medewerker van [bedrijf 1] .,
  • verschillende e-mailcorrespondentie van 19 mei 2021, van 4 en 5 oktober 2021 en van 25 en 26 augustus 2022.
2.5.
Light Trucks heeft voorts haar eis ten aanzien van de proceskosten gewijzigd in die zin dat zij primair vordert Big Machinery te veroordelen in de volledige proceskosten, subsidiair in de volledige proceskosten vanaf 5 oktober 2021 en meer subsidiair in de volledige proceskosten gemaakt vanaf de dag van het tussenvonnis, waaronder begrepen de nakosten.
2.6.
Light Trucks voert daartoe kort gezegd aan dat uit de door haar vergaarde bewijsstukken is gebleken dat Big Machinery in ieder geval op 4 oktober 2021 wist dat de gekochte kraan geen originele Tadano is. Op die datum ontving Big Machinery een bevestiging van de heer [betrokkene 5] van [bedrijf 4] dat de kraan een counterfeit is. Big Machinery heeft dit cruciale feit ten onrechte niet in het geding naar voren gebracht, maar daarentegen telkens betwist dat de kraan namaak is. Daarmee heeft Big Machinery gehandeld in strijd met de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro. en Light Trucks onnodig op kosten gejaagd.
2.7.
Big Machinery voert tegen de bewijsstukken aan dat de kraan die is te zien op de foto’s aan de hand waarvan Light Trucks de kraan heeft laten onderzoeken door personen van Tadano, een andere kraan is dan de kraan die zij aan Light Trucks heeft verkocht. Volgens Big Machinery wijkt de kraan op de foto’s van Light Trucks op 19 wezenlijke punten af van de kraan op foto’s die Big Machinery heeft van de desbetreffende kraan. Volgens Big Machinery heeft Light Trucks foto’s van een andere kraan gebruikt voor de beoordeling van de authenticiteit van de kraan.
2.8.
Gelet op dit nieuwe verweer van Big Machinery ziet de rechtbank aanleiding Light Trucks de gelegenheid te geven te reageren op de stelling van Big Machinery dat de kraan op de foto’s (die zijn gebruikt door Light Trucks om mensen van Tadano te laten beoordelen of de kraan een echte Tadano is of een counterfeit) niet de kraan is die aan Light Trucks is verkocht en geleverd. De zaak zal daartoe naar na te melden roldatum worden verwezen.
2.9.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 29 maart 2023 voor akte uitlaten Light Trucks als hiervoor onder 2.8. omschreven,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2023.